Hoe de jungle mijn thuis werd.

 

“Waarom ga je niet mee naar Thailand?”

 

Deze vraag van een collega in 2004 heeft uiteindelijk geleidt tot waar ik nu ben.

En het meest belangrijke: dat ik blij ben met mijzelf en mijn eigen gezelschap!

In 2004 werkte ik als politieagent in de binnenstad van Den Haag. Je snapt het al: je verveelde je nooit en er was nooit genoeg tijd om alles te doen wat we wilden doen. Dus ook genoeg overuren die een keer op moesten. Als kleine meid was ik altijd al gefascineerd door Afrika en ik had het plan opgevat daar maar eens mijn overuren voor te gebruiken. Tot ik in gesprek kwam met de collega die de vraag stelde: “Waarom ga je niet mee naar Thailand?”. Tja, waarom niet. Afrika loopt niet weg en Azië moet ook tof zijn.

 

En zo kwam ik in Thailand. Na een heerlijke tijd in Bangkok zijn wij vertrokken naar de noordelijke regionen van Thailand en uiteraard kon een jungle-trekking niet ontbreken. Vanuit Chang Mai reden we een stuk de jungle in om daar gedropt te worden bij een lokale gids. Klein rugtasje op, dikke stappers aan en gaan. Wat was dat genieten en soms ook afzien. In de warmte met toch best veel water als bagage. Aan het einde van de eerste dag kwamen we aan in een klein dorpje, midden in de jungle. Ik had het gevoel of ik terecht was gekomen in Tour of Duty. Kleine rieten huisjes op palen, hondjes en kippen die los rond rennen, een tuinslang als buitendouche. Een hut met 4 rieten muren en dito vloer voor onze groep. Laken uitgerold en klamboe er over. Heerlijk gegeten bij een kampvuur, lekker simpel en eerlijk eten. Wat had ik het naar mijn zin!

 

Tot ik midden in de nacht wakker werd met een knallende migraine aanval. Ik knalde uit mijn hoofd, was super misselijk en ik zag geen hand voor ogen. Ik wist dat ik de wc nooit zou redden. En toen zag ik het grote voordeel van een simpele rieten vloer op een frame van palen. Verder details zal ik jullie besparen, maar de volgende ochtend was ik tot niets in staat, laat staan een trekking door de jungle naar de bananenplantage waar de volgende stop zou zijn. Gelukkig was er een bewoner met een brommer die mij wel naar de volgende overnachtingsplek wilde brengen.

 

En daar hobbelde ik, achter op de brommer, over onverharde paadjes door de jungle.

Na een tijdje waren we op de plantage aangekomen.

De lieve brommer-taxi stak zijn hand nog eens op en was weg. En daar stond ik dan, met mijn goede gedrag en zo brak als het kan. De mensen op de plantage wisten gelukkig dat ik eerder zou komen, maar spraken geen woord Engels en ik sprak geen woord Thais of Birmees.

 

Maar wat voelde het goed. Na een goede powernap, krabbelde ik rustig op en zag een simpele picknicktafel onder een afdakje staan. En daar ben ik gaan zitten.

Wat ik zag? Wat je op de foto ziet.

Want dat is het uitzicht vanaf die plek. En ik zat daar en was gewoon gelukkig. En dat was voor mij een schokkende ontdekking.

 

Ik, zonder anderen om mij heen gewoon gelukkig?

Ik, die altijd mensen om zich heen nodig had?

Wow, wat was hier aan de hand??

Op deze plek, in het midden van de natuur, zonder enige vorm van afleiding door anderen, daar mocht ik weer thuis komen!

Thuis bij mijzelf!

Ik had genoeg aan mijn eigen gezelschap.

Ik had niet iemand anders nodig om te bevestigen dat ik bestond.

Ik mocht mij eindelijk weer gewoon goed voelen!

 

Dit was de start van mijn reis, zowel over de wereld als de reis naar mijn echte Ik.

maart 2, 2018
Marjolein
story